Energie transitie bittere noodzaak

De politieke omwenteling in de Oekraïne, de draai naar meer Europa in plaats van meer Rusland en de reactie van Rusland op deze kleine revolutie zijn op zichzelf al genoeg voer voor een pittig opiniestuk. Echter er zijn al genoeg experts die hier hun mening over geven. 
Wat dit conflict haarscherp blootlegt is de noodzaak om minder afhankelijk te worden van de grilligheid van energiegrootmachten zoals Rusland. Zodra de spanningen in het Oosten oplopen, zie je onmiddellijk de reactie op de gas- en oliemarkt; de prijzen stegen met meer dan 10% op de dag dat de Russen de Krim binnen kwamen vallen.

De energie transitie is een mengeling van doelstellingen: De wens om de toekomst zelf in de hand te nemen zonder afhankelijk te zijn van grote onpersoonlijke energiebedrijven, het tegengaan van klimaatverandering, de mogelijkheid om een eigen duurzame energie-industrie op te bouwen en de wens om de uitgaven voor energie niet naar het buitenland te zien wegspoelen maar in lokale gemeenschappen in omloop te brengen en te houden. Maar bovenal is de energietransitie noodzakelijk omdat we niet overgeleverd willen zijn aan de grillen van een energie-grootmacht als Rusland. Poetin deinst, zo heeft het verleden al aangetoond, niet terug om deze machtspositie in te zetten om Europa duidelijk te maken dat met Rusland niet te spotten valt. Na het trauma van het uiteenvallen van de Sovjet Unie, waarna Rusland decennia lang zijn rol als wereld grootmacht is kwijtgeraakt, is Rusland nu bezig aan een opmars op het wereldtoneel waarbij de enorme gas- en olievoorraden als joker kunnen en zullen worden ingezet.

De energietransitie komt echter maar moeizaam van de grond in Nederland. Dit in tegenstelling tot onze Duitse oosterburen waar ze al tientallen jaren consistent beleid voeren om Die Energiewende te realiseren en niet zonder succes. Duitsland loopt voorop in Europa en heeft bovendien een van de laagste stroomtarieven van heel Europa. Zoals we kunnen lezen in het blog van Jan Paul van Soest is de houding in Duitsland het algemeen: de schouders eronder en tijdens de rit ontwikkelen we wel de oplossingen voor de problemen die we tegenkomen. In Duitsland lijkt de ingenieurstraditie, die ingeeft dat (technische) problemen er zijn om opgelost te worden, te overheersen. Toekomstige problemen kunnen bij zo’n grootschalige operatie nooit allemaal voorzien worden, dus is leren tijdens de rit het devies. Verschillende denktanks en instituten richten zich niet alleen op de technisch-economische aspecten van de Energiewende, maar ook op een brede en voortdurende betrokkenheid van sleutelspelers, en op het leerproces zelf. De basis is een duidelijke en breed gedragen agenda voor de toekomst.

Dat is misschien wel het grootste contrast met de Nederlandse opstelling. Het gebrek aan visie en leiderschap bij de politiek op  dit gebied maakt dat we halfslachtig beleid voeren waarbij het uitgangspunt is dat het zo min mogelijk mag kosten. De mening bij een deel van het politiek spectrum is en blijft dat duurzame energie een subsidie verslindende business is die in deze tijd van zwaar economisch weer ook niet verantwoord is. Deze mensen hebben ook zeker een punt. Echter zorg als overheid dan ook voor een level playing field. Normaal gesproken is het principe van de vervuiler betaalt een mooi rechtvaardigheidsbeginsel. Maar niet in energieland. Hoe meer energie je verbruikt hoe  meer de overheid dat stimuleert door de energie belastingtarieven te verlagen.  De @IEA schat dat in 2012 wereldwijd $544 miljard aan subsidies naar fossiele energie is gegaan. Hoezo level playing field. zie: http://bit.ly/1cPEpml 

Het wordt echter hoog tijd dat de discussie breder wordt gevoerd dan uitsluitend de korte termijn schatkist problematiek. Indien we de energie-transitie niet consequent en consistent doorvoeren, blijven we in toenemende mate afhankelijk van het machtsspel van grootmachten als Rusland. Het is waar, de energie -transitie kost ons op korte termijn geld, maar je krijgt er wel wat voor terug. Een nieuwe economie die gefundeerd is op gezonde uitgangspunten:

  • Een economie waarbij we de toekomst zelf in de hand hebben.
  • Een economie die klimaatverandering tegengaat in plaats van teweeg brengt.
  • De mogelijkheid om een eigen duurzame energie-industrie op te bouwen.
  • Het stimuleren van ondernemerschap bij burgers die met lokale gemeenschappen zelf energie produceren en de opbrengsten bij de eigen burgers houden.

Dat is een maatschappij en een economie waar we graag in willen participeren. Ik roep alle bestuurders en politieke partijen dan ook op een dergelijke visie uit te dragen in woorden en in daden. Lijkt me een mooie boodschap zo vlak voor de gemeente raadsverkiezingen.

 

Raymond Roeffel